Spring naar inhoud
Onderzoek

Over 350 van de 383 steden zeggen we niets

We draaiden onze eigen as-selectie over alle 383 stadpagina's. 350 steden krijgen geen enkel afwijkingscijfer. Bij 254 daarvan is de reden simpel: er zijn te weinig cases.

Gepubliceerd: 2026-08-02 · Laatst bijgewerkt: 2026-08-02

De kernuitkomst

350 van de 383 steden met een stadpagina krijgen van ons geen enkel afwijkingscijfer — bij 254 daarvan simpelweg omdat geen enkele sector er tien cases haalt. Op elke stadpagina staat een bodem: hoeveel bureaus er zitten, de mediane teamomvang, hoeveel cases ze samen publiceren. Daarbovenop mag één afwijkingscijfer komen — een sector die hier zwaarder weegt dan landelijk, een bewijsdichtheid die afwijkt, of een concentratie van aanbod. Dat cijfer verschijnt alleen als het door een reeks drempels komt.

We hebben die selectie over alle 383 stadpagina's gedraaid en geteld wat eruit komt.

Een directory heeft er belang bij om overal iets te zeggen. Meer tekst, meer pagina's, meer verschil. Dit stuk legt uit waarom we dat bij negen op de tien steden niet doen.

Waarom 350 steden niets krijgen

De verdeling is niet subtiel. Bij tweederde van de steden komt geen enkele sector aan tien cases — de ondergrens waaronder we geen percentage willen afdrukken, omdat één case het cijfer dan met meer dan tien procentpunt verschuift.

Waarom een stad geen sector-as krijgt (n=383)
RedenStedenAandeel
Geen sector haalt tien cases25466,3%
Geen enkele case met een vastgestelde sector8221,4%
Krijgt wél een sector-as215,5%
Afwijking kleiner dan acht procentpunt133,4%
Te weinig bureaus achter de sector123,1%
Afwijking niet significant10,3%

Daaronder ligt een simpeler feit: de meeste steden zijn klein. 81 steden hebben nul gepubliceerde cases, 80 hebben er één tot negen. Samen is dat 42% van alle stadpagina's. Nog eens 180 steden zitten tussen de tien en veertig cases. Slechts veertien steden hebben er honderd of meer.

Bij een stad met zeven cases valt er niets te vergelijken met een landelijk gemiddelde. Dat we daar zwijgen is geen conservatisme maar rekenkunde.

Onze scherpste drempel doet bijna niets

Het ongemakkelijkste cijfer uit deze telling gaat over onszelf. In augustus 2026 vervingen we een vaste ratio-drempel door een binomiale significantietoets. Dat was een echte verbetering met een echte aanleiding: een vaste ratio betekent bij elke basisgraad iets anders, en toen de landelijke maakindustrie-basislijn van 14,4% naar 23,4% schoof, verstrakte die drempel ongemerkt.

Maar kijk wat de toets in de praktijk uitricht. Van de 47 steden waar een sector de tien-case-ondergrens haalt, wijst de significantietoets er precies één af. De effectgrootte-vloer wijst er dertien af, de spreidingseis twaalf.

Dertien van de 21 sector-assen zijn dezelfde sector

Van de 21 steden met een sector-as gaan er dertien over de maakindustrie. Vijf over e-commerce, en verder één keer software, één keer media, één keer zakelijke dienstverlening.

Dat is geen uitspraak over Nederland. Het is een uitspraak over onze casebase: de maakindustrie is met 23,4% van de gelabelde cases veruit de grootste echte sector, bijna drie keer zo groot als de eerstvolgende (e-commerce, 8,2%). Een sector die overal veel voorkomt, levert ook de meeste steden op die er bovengemiddeld op scoren.

Praktisch gevolg voor de lezer: dertien stadpagina's zeggen ongeveer hetzelfde, met andere getallen. Dat is eerlijk, maar niet interessant. Het is de reden dat we een handgeschreven verklaring alleen toevoegen als die verklaring stand houdt tegen de cases eronder — en dat lukt lang niet altijd.

Wat een toegekende as niet bewijst

De 33 steden die wél een cijfer krijgen, krijgen een precieze claim: het aandeel cases uit deze sector ligt hier hoger dan het landelijk gemiddelde. Meer niet.

Het bewijst niet dat die opdrachtgevers in die stad zitten. Bij het doorlezen van veertien steden bleek dat verschil groot: in Rijssen en Naaldwijk zijn de opdrachtgevers overwegend bedrijven uit de omgeving, in Dordrecht en Amstelveen overwegend landelijke merken. Dat is een indruk uit de titels en geen telling — maar beide leveren exact hetzelfde soort percentage op.

Het bewijst ook niets over kwaliteit, tarief of beschikbaarheid. Het zegt: hier is de kans groter dat je een bureau vindt dat al voor zo'n opdrachtgever heeft gewerkt.

Meetverantwoording

Selectie: alle 383 steden met een stadpagina, binnen dezelfde directory-gate die de bureaulijsten vult — 1.850 bureaus en 10.109 gepubliceerde cases. Sectorpercentages rekenen op de 8.647 cases waarvan de sector is vastgesteld; cases die niet over een klantmarkt gaan of niet plaatsbaar waren, tellen niet mee.

De as-selectie is niet nagebouwd voor deze telling: het is dezelfde functie die de pagina's aanstuurt, gedraaid over dezelfde invoer. De uitvalsredenen zijn wél apart afgeleid, door de poorten in volgorde na te lopen. Een stad kan op meerdere poorten tegelijk zakken; we tellen de laatste die hij haalde, dus de tabel leest als "hoe ver kwam deze stad".

Deze cijfers zijn een momentopname van 2 augustus 2026 en bewegen mee met de databank. Groeit een stad over de tien-case-grens, dan kan er alsnog een cijfer verschijnen — en andersom.

Veelgestelde vragen

Waarom staat er op mijn stadpagina geen afwijkingscijfer?
Waarschijnlijk omdat er te weinig cases zijn. Bij 254 van de 383 steden haalt geen enkele sector de ondergrens van tien cases; bij 82 steden is er geen enkele case waarvan we de sector konden vaststellen. Onder die aantallen is elk percentage ruis.
Kunnen jullie niet gewoon een lagere drempel nemen?
Dat zou werken tot iemand het narekent. Bij negen cases verschuift één case het percentage met elf procentpunt. Dan publiceren we een verschil dat volgende maand omgekeerd kan zijn.
Waarom gaan zoveel sector-assen over de maakindustrie?
Omdat de maakindustrie 23,4% van onze gelabelde cases beslaat, bijna drie keer de eerstvolgende sector (e-commerce, 8,2%). Dat zegt iets over welke cases marketingbureaus publiceren, niet over de Nederlandse economie.

Verder lezen